Lange winternachten: volgens onderzoek laat een op de drie Belgen een sleutel binnen handbereik van inbrekers
Een enquête uitgevoerd door iVOX en Verisure1 toont aan dat alledaagse gewoonten het risico op inbraak sterk verhogen

Brussel, 22 oktober 2025 – De dagen worden korter, de lichten buiten gaan vroeger uit. In die schemer pakken inbrekers hun kans. De nieuwe enquête van iVOX en Verisure laat zien hoe kleine gewoonten grote gevolgen kunnen hebben: de deur even open laten, een sleutel onder de mat, “het zal wel meevallen”. Precies die gewoonten maken het indringers makkelijk, net wanneer het inbraakseizoen start2.
- 43% van de Belgen laat de deur soms ontgrendeld en 17% doet dat regelmatig.
- Een derde van de Belgen verstopt een reservesleutel op onveilige plekken in de buurt van de woning.
- Bij 16% van de slachtoffers van een inbraak via de voordeur maakte een reservesleutel de inbraak mogelijk.
- Bewoners geven de beveiliging van hun voordeur gemiddeld 6,8/10, terwijl die in 34% van de inbraken wordt gebruikt.
- Slechts 5% beschikt over een slim slot, maar 1 op 5 Belgen overweegt er een te installeren.
Banale gewoonten met hoog risico
Een reservesleutel in een bloempot of onder de deurmat, de voordeur “heel even” ontgrendeld laten, of vertrouwen op een eenvoudig standaardslot: het lijkt handig en onschuldig. 43% van de Belgen zegt dat ze de deur soms ontgrendeld laten. En een derde verbergt nog altijd een sleutel op plaatsen die voor inbrekers voorspelbaar zijn: een niet-vergrendelde garage of berging (33%), de brievenbus (19%), een bloempot (17%) of onder de deurmat (9%).
Volgens professor Wim Hardyns, criminoloog aan de Universiteit van Gent, zijn deze cijfers geen verrassing:
“Mensen zijn gewoontedieren. We denken zelden na over de risico’s van kleine handelingen. Juist die onschuldige routines, zoals de deur op een kier laten of een sleutel onder de mat leggen, creëren vaak de grootste kwetsbaarheid."
Die kleine gewoonten brengen een groot risico met zich mee, zeker nu de lange winternachten eraan komen, precies de periode waarin woninginbraken pieken.
Sleutels die ruim circuleren
Sleutels gaan ook veel rond. Bijna negen op de tien Belgen (88%) geven een sleutel aan iemand anders: meestal familie (74%), maar ook buren (19%) of een poetshulp (5%). Zorgwekkend: 6% zegt dat iemand uit het verleden (ex-partner, voormalige huisgenoot, dienstverlener…) nog altijd binnen kan. In 12% van de gevallen raakte een sleutel kwijt of werd hij nooit teruggebracht. Het gevolg is duidelijk in de cijfers: bij één op de zes slachtoffers van een inbraak via de voordeur (16%) kwamen de daders binnen met een reservesleutel.
Voordeuren nog te kwetsbaar
We voelen ons vaak veiliger dan we zijn. Twee op de drie Belgen (66%) denken dat hun woning weinig risico loopt, ook mensen die al eens slachtoffer waren (één op drie). Tegelijk geven bewoners hun voordeur een gemiddelde score van 6,8/10, terwijl die voordeur bij meer dan een derde van de inbraken (34%) het toegangspunt is. Bijna de helft van de huishoudens heeft een meerpuntsslot (46%), maar 29% vertrouwt nog op een standaardslot dat makkelijker te forceren is. Dat zie je ook bij slachtoffers: 46% zegt dat het slot werd geforceerd of gebroken, 23% dat het werd opengepikt.
De opkomst van moderne oplossingen
Die risicovolle gewoonten en de zwakke plekken aan de voordeur verklaren waarom sommige Belgen kiezen voor modernere technologie. Vandaag heeft 5% een slim slot waarmee je de toegang via je smartphone kan beheren. De interesse groeit: 21% overweegt een installatie, met duidelijke regionale verschillen: 25% van de Nederlandstaligen staat ervoor open, tegenover 16% van de Franstaligen.
Het oordeel van de expert: een kloof tussen perceptie en realiteit
Voor professor Hardyns illustreren de cijfers een bekend psychologisch fenomeen: de kloof tussen het waargenomen gevaar en de werkelijkheid.
“Er gaapt een kloof tussen perceptie en realiteit: veel mensen denken ‘het zal mij niet overkomen’, terwijl de cijfers aantonen dat woninginbraken overal kunnen plaatsvinden, van stadscentrum tot platteland. Niemand is uitgesloten: iedereen kan slachtoffer worden. Wel verschilt de kans sterk, afhankelijk van factoren zoals de ligging en bereikbaarheid van een woning of de zichtbaarheid van de omgeving. Dat hebben we uitgebreid onderzocht op basis van tienduizenden woninginbraken”, waarschuwt Wim Hardyns.
Hij besluit dat een mogelijke oplossing technologie kan zijn.
“Nieuwe technologie maakt écht een verschil: slimme sloten en alarmsystemen vergroten niet alleen de preventie, maar verhogen in sommige gevallen ook de kans dat daders worden gevat. Voor ons als onderzoekers is het bovendien interessant dat bedrijven zoals Verisure heel wat gegevens verzamelen over woninginbraken en beveiligingsgewoonten. Zulke data zijn ook vanuit academisch oogpunt bijzonder waardevol om het fenomeen beter te begrijpen en preventiestrategieën verder te verfijnen.”
1 Online onderzoek uitgevoerd door onderzoeksinstituut iVOX in opdracht van Verisure, tussen 21 augustus en 1 september, bij 1000 Belgen die representatief zijn qua taal, geslacht, leeftijd en diploma. De maximale foutmarge voor een steekproef van 1000 Belgen bedraagt 3,02%.